Treinreis

Treinreis

Eens zat ik in een trein alweer een flinke tijd geleden,

die, omdat het zo sneeuwde en hard vroor

steeds stopte, dan reed hij weer even door,

zodat we over een korte afstand bijna drie uur deden.

Met ijsbloemen bedekt waren de ruiten, bovendien

door vorst konden de deuren niet bewegen,

zo hadden wij al te verstaan gekregen,

dus waar we ons precies bevonden konden we niet zien.

Wij reizigers we waren dus veroordeeld tot elkaar

en niemand die nog lette op de tijd,

want er ontstond een soort uitbundigheid.

Al was de toestand hachelijk geen mens werd prikkelbaar.

Die wonderlijke treinreis die ik echt nooit meer vergeet,

daar aan dacht ik terug, een tijdje later,

in een enorme rij voor het theater,

omdat de nieuwe kassa het klaarblijkelijk niet deed.

Gevangen in zo'n trein of in zo'n rij te moeten staan,

onzekerheid om wat je staat te wachten,

dat wij ondanks de pech allemaal lachten,

ik dacht opeens; zo moet het in de oorlog zijn gegaan.

Reageren is niet mogelijk